Moord in Appeldam

“Wat verschrikkelijk lief, Johan.”
Keetje streelde Johan over zijn grijze haren en kuste zijn voorhoofd. Johan zuchtte voldaan. Dit jaar was hij de verjaardag van Keetje niet vergeten en had hij eens flink in de buidel getast. Hij was speciaal naar zo’n lingeriezaak gestapt en had zich eens goed laten voorlichten. Van damesmode wist hij niet veel, en daarom had hij professionele hulp nodig.

Keetje liep al tegen de pensioengerechtigde leeftijd, maar ze mocht er nog zijn en was bovendien erg modebewust. Damesmode was haar passie en ze kleedde zich altijd in de best mogelijke en betaalbare dameskleding. Maar een BH van Marlies Dekker? Nee… die had ze nog niet en ze straalde dan ook van plezier toen ze het kleinood had uitgepakt en bestudeerde.

“Een echte Marlies Dekkers,” fluisterde ze. “Zal ik hem eens voor je aandoen?”

Johan keek op zijn horloge. “Hebben we tijd?”

“Het is mijn verjaardag. Ik heb natuurlijk wel dienst, maar alles is rustig. Alleen even showen toch?”

Johan knikte. “Vooruit… laat maar eens zien.”
Keetje vertrok naar de slaapkamer om haar nieuwe aanwinst aan te doen en stapte drie minuten later als een volleerd Victoria Secret model de kamer weer in.
“Tadaaah…”

Johan slikte.  Dat zou een goeie verjaardag worden. “M-mooi hoor.”

Op dat moment ging de telefoon.

“Zul je altijd zien,” mopperde Keetje, terwijl ze haar smartphone oppakte.

“Ja hallo, met detective Keetje VanDam…”

Ze luisterde gespannen en haar gezicht betrok. “Wat?… Wanneer…? Ze slaakte een zucht van opwinding. “Ja, natuurlijk. Ik kom direct.”

Het gesprek was afgelopen. Ze liet haar hand zakken. “Er is iemand vermoord…  In Appeldam… Ik moet er direct heen.” Haar ogen brandden vol vuur.
Johan schudde zijn hoofd. “Een moord… Op je verjaardag? Stomme boeven. Konden ze niet even wachten met hun misdaden.”

Maar Keetje was een en al actie. Een moord Johan… In ons eigen Appeldam. Eindelijk kan ik het grote werk doen.” Daar had Keetje al jaren op gewacht en ze kon nergens anders meer aan denken. Ze griste haar jas van de kapstok,  keek even in de spiegel of haar kapsel wel goed zat en gaf Johan toen nog een laatste zoen.

“Lieverd, ik probeer nog voor twaalven thuis te zijn… en… eh… nou ja… we zien wel.”
Toen rende ze naar buiten.

Johan slaakte een zucht en staarde naar de dichtgeslagen deur.

Toen Keetje tien minuten later op de plaats van het delict aankwam was het er een drukte van jewelste. De politie had de hele buurt al afgezet met rood-witte linten en er stonden grote drommen toeschouwers toe te kijken.

Inspecteur VanGaffelbeeke trok aan een grote sigaar en staarde nadenkend voor zich uit toen Keetje op hem toeliep.
“Hallo Herman. Wat is er gebeurd?”

De grijzende politie-inspecteur blies een grote rookwolk uit en draaide zich om. “Hallo, Keetje. We weten nog niets. De lijkschouwer moet nog komen, maar daar ligt hij.” Hij wees naar een zware gebruinde man op de grond. Er stroomde nog wat bloed uit zijn hoofd.”

“En hij is dood?”
Van Gaffelbeeke knikte. “D’er zit geen leven meer in. Stel je voor,” ging hij verder. “Een moord in Appeldam. Dat is nog nooit eerder gebeurd.”

Keetje knikte opgewonden en liep op het lijk af. Ze knielde er naast en begon met een sporenonderzoek. Het zweet brak haar uit.

Wat een opwinding. Warm trouwens hier. Opeens realiseerde ze zich dat ze in haar haast de zware winterjas van de kapstok had getrokken in plaats van haar grijze zomerjasje. Zo kon ze niet werken. Veel te warm.

Ze keek  op naar Van Gaffelbeeke terwijl ze haar jas uittrok. “Herman… kun je dit even voor me vasthouden, terwijl ik hier rondsnuffel.”

Van Gaffelbeeke keek haar niet-begrijpend aan maar toen verscheen er een grote grijns op zijn vaderlijke gezicht. De omstanders begonnen luid te juichen en te loeien en een paar opgeschoten jongeren zwaaiden opgewonden met een paar bankbiljetten in de lucht.

“Wat?” vroeg Keetje argeloos terwijl de wind over haar rug streelde.

Wind…?

Op mijn rug?

Keetje bevroor. Ze droeg nog steeds alleen maar haar nieuwe BH van Marlies Dekker en haar speciale verjaardagsbroekje.

“Meer… Meer… Meer…” begonnen verschillende omstanders te schreeuwen.

Maar nog voor Keetje haar jas weer kon aantrekken hoorde ze een luid gerochel vanaf de grond.

Van Gaffelbeeke en Keetje draaiden zich om.

Het lijk?

Het lijk rochelde.

Het lijk richtte zich op en was geen lijk.

De man was helemaal niet dood, maar had te diep in het glaasje gekeken en was met zijn hoofd tegen een lantaarnpaal gelopen. Maar nu hij Keetje zag kwam hij weer helemaal tot leven.
Hij stotterde en wees met een smoezelige vinger naar Keetje die bijna in huilen uitbarstte:  “D-damesmode van M-Marlies Dekker… D-daar k-kun je mee t-thuiskomen.”